Bente ging naar Spanje voor onze Sierra Nevada trektocht. Ze genoot van de fijne paarden en de mooie omgeving! Hier lees je haar reisverslag.
In april 2024 heb ik de zesdaagse reis in de Sierra Nevada gedaan via CentaurTrails. De transfer vanaf het vliegveld (Malaga) naar het eerste dorpje in de Alpujarras (Bubión), was goed geregeld. Het eerste uur ga je over de snelweg, het laatste uur over kronkelweggetjes door de bergen; goed om op voorbereid de zijn als je snel misselijk bent.
De eerste dag krijg je een kamer toegewezen in het gasthuis van Dallas, de reisleidster. Er zijn dus alleen andere ruiters in het gasthuis, wat het heel gezellig maakt. Er is een gezamenlijke keuken, terras, en zitkamer waar je lekker kunt zitten en elkaar kunt leren kennen.

De eerste avond gingen we uiteten in Bubión, tapas-stijl, samen met de reisleidster. Dallas woont al lang in de Alpujarras en kan veel vertellen over het gebied, de cultuur, en natuurlijk over haar paarden. Rond 23:00 uur gingen we terug naar het gasthuis.
De volgende ochtend vertrokken we om 09:30 naar de stal, welke iets boven Bubión ligt (5km). De paarden staan in een soort paddock-paradise, en zien er allemaal heel mooi en goedverzorgd uit. Dallas wijst een paard toe die past bij jouw wensen, en bij jouw gewicht en lengte. Ik kreeg ‘Capitan’ toegewezen, een pittige maar sensibele Hispano/Arabier kruising van 1.52cm. De rest van de groep reed ook op pure PRE’s of kruisingen. Het zijn allemaal vlotte, sensibele en goed-opgeleide paarden. Er waren twee reisleiders, Dallas en haar broer Mordecai – hij leidt de paarden op en is tevens paardentandarts.
De eerste dag reden we van Bubión naar Treveléz. In de ochtend was het tempo rustig, en daalden we af via bospaden door bossen en kleine boerderijen, en door de witte dorpjes Pitres en Portugos. Soms moet je afstappen en je paard leiden, als het te stijl is of als het pad te ‘stenig’ is. Het zijn geen ruiterpaden zoals we in Nederland gewend zijn, maar de paarden zijn gewend om op zulk terrein te lopen en lopen vlot door.

Na de dorpjes klommen we weer omhoog, en hadden we lunch in de schaduw van de dennenbossen. Je paard zadel je af en bind je vast met het halster aan een boom, zodat ze niet gaan schuren met het zadel/hoofdstel tegen de bomen. Na de lunch vervolgden we de weg via een breed bospad door dennen- en eikenbossen, en konden we draven en galopperen. We kwamen rond 18:00 uur in Treveléz aan, waar we de paarden afzadelden, afspoten en borstelen, en stalden in een gesloten stal met stands met balken. We overnachtten in een goed hotel in Trevélez.
De volgende ochtend gingen we verder oostwaarts naar het dorp Bérchules. Het eerste deel rij je over het ruiterpad aan de westkant van de berg naast Trevélez, langs de oude acequia (irrigatiekanalen). Hier kwamen we echte Spaanse boeren tegen op hun muildieren en Spaanse paarden, achter hun koeien aan, wat heel indrukwekkend was. Daarna konden we draven en galopperen op een onverharde bosweg, waarna we over de rug van de berg oostwaarts naar Juviles afdaalden over een mooie open bergweide, met panoramisch uitzicht over het Contraviesa-gebergte tot aan de Middellandse Zee. In de middag daalden we verder af naar Bérchules over open heuvels en door verschillende boomgaarden. In Bérchules stonden de paarden weer in een stal met stands, het hotel lag iets hoger in het dorp op zo’n 15 minuten lopen.
Het eten bij de verschillende hotels en restaurants was heel goed. Ik at vegetarisch, en hier werd heel goed rekening mee gehouden. Het diner wisselt elke keer, de lunch was meestal stokbrood met wisselende bijgerechten, en het ontbijt in de hotels was eenvoudig maar goed (brood, ontbijtgranen, fruit, etc.).

De derde dag gingen we terug naar Trevélez via een hogere route. We volgden een onverhard pad hoog de bergen in, langs kleine boerderijen en weilanden om uiteindelijk de hogere dennenbossen te bereiken. Daar konden we draven en galopperen. Daarna staken we de bergkam over op ongeveer 2.300 meter hoogte. We aten lunch met uitzicht op de besneeuwde Mulhacén (3486 meter), de hoogste berg op het Iberisch schiereiland. Vervolgens de afdaling naar Trevélez.
De laatste rij-dag reden we van Trevélez terug naar de stal in Bubión, deze keer weer via de hoge route (2500 m). Het eerste deel reden we over dezelfde weg tussen Bubión en Trevélez, waar we konden galopperen. Daarna verlieten we het pad, en klommen we omhoog door eikenbossen, waarbij we kleine, door bronnen gevoede beekjes moesten doorkruisen. Sommige paarden sprongen hierover heen; Dallas waarschuwt van te voren welke paarden er waarschijnlijk zullen springen, en welke niet. Daarna kwamen we op de graslanden van de hoge Sierras met mooi uitzicht, en hadden we lunch.
De laatste avond hadden we een traditioneel diner met paella in Bubión, en werd het erg laat met de champagne en wijn van het huis. De rest van het gezelschap waren Italianen en Britten, maar door ons gedeelde avontuur waren we allemaal opslag vrienden.
De volgende ochtend was de transfer terug naar Málaga. Deze was aardig vroeg, maar daardoor had ik nog de tijd om Málaga te verkennen voor mijn vlucht terug naar Amsterdam. Er is een heel snelle en makkelijke treinverbinding tussen het vliegveld en de stad; zeker een aanrader als je even moet wachten!



