Christien was op zoek naar een avontuurlijke paardrijvakantie, ze koos voor de Wildernis trektocht in Georgië. Hier lees je haar reisverslag!
De wildernis trektocht was een fantastisch avontuur! Hard werken en bij vlagen best zwaar, maar ook een geweldige ervaring in een verpletterend mooi landschap.
Het avontuur begint al met de lánge weg naar het Tusheti gebied – waarvoor twee dagen waren uitgetrokken. Dag één vanaf Tbilisi was nog prima comfortabel. De tweede dag, waarin we vanaf een guesthouse aan de voet van de bergen het gebied in gingen over een lange, slingerende dirtroad waar we nooit wisten of wegwerkzaamheden of een modderstroom voor de volgende vertraging ging zorgen. Maar na felle regen in de nacht en ochtend, brak halverwege de zon door en konden we ons vergapen aan de fantastische vergezichten.

En dat was natuurlijk nog maar het begin. We maakten kennis met de paarden aan het eind van de dag en hadden nog een rit van zo’n twee a drie uur voor de boeg, inclusief een rivieroversteek en een waanzinnig steil pad de berg op. Eén ding was meteen duidelijk: deze paarden zijn net berggeiten. Ongelooflijk hoe zelfverzekerd en sterk ze de berg opklauteren!
De eerste twee nachten verbleven we in een Tush-huis waar de gids gebruik van mocht maken. Verwacht geen comfort – er is geen elektriciteit, water is buiten en de ‘bedden’ voornamelijk houten britsen. Maar wauw! Dan word je ’s ochtends wakker, trekken de wolken langzaam omhoog vanuit het dal, zie je de gieren of adelaars vliegen boven je hoofd…
Die eerste dag maakten we een fikse rit – zo’n zeven uur – door de omgeving. Even wennen aan de paarden en elkaar. Na die eerste twee dagen lieten we de muren achter ons en was het slapen in kleine tentjes.

Het werden zes dagen van intense vergezichten, waanzinnige bergpaden, hoge kammen en diepe kloven. Water haal je uit de stroompjes die her en der van de bergen stromen. Onderweg kwamen we vaak vervallen Tush-dorpjes tegen en overal staan de oude verdedigingstorens van een volk dat nu allang naar de dalen is getrokken. Gids Audrey bleek ontzettend veel te weten van de geschiedenis van deze mensen en vertelt er graag over – niet zo gek, want ze woont al zeventien jaar in Georgië.
En met elke dag werden de landschappen wilder en verlatener. Waar we eerst nog wel eens koeien, schapen of herders tegenkwamen, was dat met dag drie al helemaal afgelopen en waren we alleen met de bergen, de wind, de eindeloze hoeveelheid riviertjes die we te paard overstaken en ja, ook de regen.
We sliepen in kleine tentjes (zelf opzetten). Aten de eenvoudige, maar smakelijke en altijd vegetarische maaltijden van Audrey. Veel groente, veel brood! En niet te vergeten de zelfgebakken kachapuri’s (traditioneel kaasbrood). Niets zo lekker als verse kachapuri na een lange dag!

Beetje jammer, maar halverwege de reis kwam de regen. Normaal schijnt dat niet zo heftig te zijn hier, maar dit jaar regende het veel meer dan normaal in juli. En dat betekende dat vrijwel iedereen te maken kreeg met doorweekte schoenen, natte sokken en soms ook natte broeken die niet meer droogden omdat de zon weg bleef.
Dat hoéft niet! Mijn nieuwe schoenen bleven droog en mijn 10.000 waterkolom regenjack hield het ook, maar veel anderen werden nat en koud. Kortom, als je dit gaat doen, zorg dat je je materiaal op orde hebt! Dat betekende ook dat de laatste dag níet over een bergtop ging die op het programma stond, maar via een verkorte route over de weg (nog altijd 6 uur rijden). Weinig te zien en ronduit saai. Maar het was volgens de gids de beste beslissing.
We reden terug naar het Tush-dorp waar we begonnen, om daar weer op te warmen met hete thee en wijn. En gelukkig scheen de volgende – en laatste rijdag – de zon weer, zodat we in elk geval in de zon afscheid namen van onze paarden.
Een geweldige reis dus, maar niet voor de luxediertjes! Maar ik ben alweer aan het uitzoeken wanneer ik weer zo’n soort reis kan maken!



